Verscherpt toezicht op Zuidplein na vondst vuurwerkbom

De partners van het collectief toezichtmodel voor Zuidplein (RET, politie en Stadstoezicht) houden de komende donkere periode - tot en met februari - verscherpt toezicht. Dat verklaarde burgemeester Aboutaleb op 24 november tijdens de gemeenteraadsvergadering in antwoord op schriftelijke vragen over de opsporing van de makers van de vuurwerkbom die zaterdag 12 november is gevonden bij de bushaltes op Zuidplein.

Dries Mosch, die met een fractiegenoot van Leefbaar Rotterdam de vragen had gesteld, drong erop aan dat de daders gepakt en zwaar gestraft worden. Op de vraag van een raadslid wat hij met dat laatste bedoelde, antwoordde hij: 'een behoorlijke gevangenisstraf'.

"Twee jaar geleden is op een steenworp afstand door zo'n zelfde explosief een slachtoffer voor vijftig procent verbrand en voor het leven getekend", had Mosch in de vraagstelling aangegeven. "De daders van die aanslag zijn, ondanks sterke aanwijzingen, nooit veroordeeld. Gelet op de werkwijze is het niet ondenkbaar dat het om dezelfde daders gaat."

De burgemeester sprak van een 'lafhartige daad' en legde uit dat het onderzoek nog gaande is. "Er zijn sporen, vingerafdrukken en camerabeelden. Ik hoop u over enkele weken te kunnen vertellen dat er voortgang is geboekt."

Politiemensen in burger hoorden op de bewuste avond rond negen uur harde knallen bij de bushaltes. Ze zagen een groep van ruim twintig jongens die cobra's afstaken. ''Illegaal en zwaar explosief vuurwerk'', aldus de politie. Op het plein voor de roltrappen vond de politie nog twee flessen wasbenzine en een cobra. ''Een combinatie die bij ontsteking voor een enorme explosie zou zorgen.'' De jongeren hadden de benen genomen voordat geüniformeerde agenten arriveerden.

"Wij willen dat alle registers worden opengetrokken om de makers van deze vuurwerkbommen op te sporen en voor het gerecht te brengen om duidelijk te maken dat hiertegen keihard wordt opgetreden", aldus de vragenstellers.