Raad van State eist beperkt aantal aanpassingen in bestemmingsplan

De Raad van State heeft in een tussenuitspraak op 22 juni vrijwel alle bezwaren uit de beroepschriften tegen het Bestemmingsplan Hart van Zuid ongegrond verklaard. Op enkele punten betreffende detailhandel moet de gemeente Rotterdam binnen een halfjaar het plan aanpassen. Verder moet de gemeente motiveren waarom voor het zwembad en kunstenpand en voor de uitbreiding van Ahoy en het winkelcentrum geen parkeerregeling is getroffen (bijvoorbeeld parkeerplaatsen op eigen terrein).

Zes partijen hadden beroep aangetekend tegen het bestemmingsplan zoals dat in november jongstleden is vastgesteld: VvE Winkelcentrum Zuidplein/NSI Winkels BV, M&V Handelsonderneming (exploitant van de huidige fietsenstalling), VvE Zuiderterras, VvE Zuidplein 324-510, Stichting Zuidpleingebied en een bewoner van het Zuiderterras.

Mede op grond van een hoorzitting op 7 april heeft de bestuursrechter (afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State) op de meeste punten geen aanleiding gezien om de gemeenteraad te verplichten tot wijzigingen in het bestemmingsplan.

Uitvoeringsaspecten niet aan de orde  

De bezwaren van Stichting Zuidpleingebied met betrekking tot scherpere normen voor geluidoverlast en garanties voor de verkeersveiligheid (busroutes Sallandweg en ontsluiting parkeergarages) zijn zonder uitzondering onontvankelijk verklaard. Uit de uitspraak kan worden geconcludeerd dat de bestuursrechter genoegen neemt met het verweer van de gemeente. Die stelt onder meer dat er grenswaarden voor geluid zijn vastgesteld voor de onderdoorgang van het Zuiderterras en voor de Van Swietenlaan en dat uit het akoestisch rapport niet naar voren komt dat op andere plekken sprake is van een risico op het overschrijden van de norm. Ook stelde de gemeente dat in het rapport rekening is gehouden met cumulatie van geluidsbronnen.

Bezwaren tegen een mogelijke beperking van de laad- en loszone bij de onderdoorgang van het Zuiderterras zijn door de bestuursrechter ook niet geaccepteerd. "Ter zitting is komen vast te staan dat het plan het voortbestaan van de laad- en loszone niet in de weg staat", zo wordt verwezen naar het verweer van de gemeente aan de hand van plattegronden. "De precieze inrichting van het plangebied en de verkeersmaatregelen die nodig zijn, zijn een kwestie van uitvoering van het bestemmingsplan. Uitvoeringsaspecten kunnen in deze niet aan de orde komen", aldus de uitspraak. "VvE Zuiderterras, Stichting Zuidpleingebied (en de in de uitspraak geanonimiseerde bewoner) hebben niet aannemelijk gemaakt dat geen aanvaardbare uitvoering van het plan in zoverre kan plaatsvinden."   

De bezwaren tegen mogelijke verkeersonveilige situaties op de Sallandweg door een toename van de verkeersbewegingen zijn ongegrond verklaard op basis van het verkeersrapport, dat een positieve beoordeling geeft van de verkeersveiligheid. "De Afdeling ziet geen aanleiding voor het oordeel dat de raad niet van dit rapport heeft mogen uitgaan."  

Het ontbreken van zekerheid in het bestemmingsplan over voldoende groen en water was voor de bestuursrechter evenmin reden tot ingrijpen. "De precieze inrichting van het plangebied is een kwestie van uitvoering van het bestemmingsplan. Uitvoeringsaspecten kunnen in deze procedure niet aan de orde komen. Stichting Zuidpleingebied heeft niet aannemelijk gemaakt dat in zoverre geen aanvaardbare uitvoering van het plan kan plaatsvinden."

Ook betoog Zuidplein 324-510 faalt     

De eis van de VvE Zuidplein 324-510 en Stichting Zuidpleingebied voor een goede bereikbaarheid en ontsluiting van de huidige parkeerplaatsen in eigendom van bewoners heeft de bestuursrechter om dezelfde redenen niet gehonoreerd. "De precieze inrichting van het plangebied en de verkeersmaatregelen die nodig zijn, zijn een kwestie van uitvoering van het bestemmingsplan." Partijen hebben niet aannemelijk gemaakt dat geen aanvaardbare uitvoering van het plan kan plaatsvinden, was opnieuw de conclusie.

Ook aan de bezwaren tegen het overkappen van de buitenparkeerplaatsen is niet tegemoetgekomen. "Ter zitting heeft de raad (lees: de vertegenwoordiger van de gemeente Rotterdam) gesteld dat het gemeentebestuur zal proberen in minnelijk overleg tot overeenstemming met de appartementsgerechtigden te komen en niet van zins is tot onteigening over te gaan. Gelet hierop doet zich geen privaatrechtelijke belemmering voor, zodat voor de onuitvoerbaarheid van het plan in zoverre niet behoeft te worden gevreesd."

De bezonningsstudie heeft de bestuursrechter evenzeer overtuigd. Waar de VvE Zuidplien 324-510 tegenwierp dat deze studie geen rekening houdt met de bouw van een parkeergarage - waardoor de bebouwing hoger zal zijn dan nu het geval is - stelt de gemeente Rotterdam dat vanuit de lichte TNO-norm de bezonningssituatie acceptabel is. De uitspraak: "Gelet hierop, en in aanmerking genomen dat sprake is van een stedelijke omgeving, heeft de raad in redelijkheid een groter gewicht kunnen toekennen aan de belangen die gemoeid zijn met de uitvoering van het plan dan aan de beperkte schaduwhinder die daaruit voortvloeit voor de bewoners." Gevolgd door, zoals ook onder alle bovenstaande uitspraken te lezen is: "Het betoog faalt."    

Aanpassingen detailhandel en parkeerregeling

Wat moet er volgens de uitspraak door de Raad van State nu wél veranderd worden aan het Bestemmingsplan Hart van Zuid? Binnen de bestemming 'Gemengd 2' (zwembad en kunstenpand) dient reguliere detailhandel te worden uitgesloten. Kleinschaligheid van detailhandel was wel beschreven in de plantoelichting, maar niet voldoende neergelegd in de planregels voor deze locatie. Een oordeel over de bezwaren van de eigenaren van het winkelcentrum tegen mogelijke (blijvende) negatieve effecten op de bestaande detailhandelstructuur heeft de bestuursrechter aangehouden tot de einduitspraak. De gemeente heeft de actuele regionale behoefte aan andere functies dan detailhandel 'niet deugdelijk' gemotiveerd, zo is de verklaring in de uitspraak.  

Verder wijst de bestuursrechter op het ontbreken van een parkeerregeling voor diverse bestemmingen. "Dit heeft tot gevolg dat bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning in zoverre niet kan worden getoetst aan de door de raad vastgestelde parkeernormen." Omdat dit punt een verband heeft met de door de bewoner van het Zuiderterras aangevoerde bezwaren tegen onvoldoende parkeerplaatsen rond het wooncomplex  heeft de Raad van State de behandeling hiervan aangehouden tot de einduitspraak.

Lees de volledige uitspraak op de website van de Raad van State.